onderzoek
Bron: Shutterstock
Suïcidepreventie in Haaglanden
Wat is de meerwaarde
van de Sumona-aanpak?
Willy Francissen, Regina van der Meer, Viola de Ridder-Hagenaars, Angela van der Windt, Nasra Karamali
Het is een verdrietig cijfer: in Nederland maken elk jaar ongeveer 1.800 mensen een einde aan hun leven. Onder jongeren tot 30 jaar is suïcide zelfs de belangrijkste doodsoorzaak. Gemeenten zijn sinds 1 januari 2026 wettelijk verplicht om zelfdoding tegen te gaan. Alle gemeenten in Haaglanden maken daarvoor beleid; de ene is daar verder mee dan de andere. Den Haag hanteert (net als Wassenaar) al een aantal jaren een aanpak voor suïcidepreventie, genaamd Sumona. Wat levert dit op?
‘De aanpak is anders’, zegt een cliënt van het programma Sumona (suïcidepreventie, monitoring en nazorg). ‘Misschien is het omdat mensen een nare ervaring hebben bij andere organisaties en dat ze zoiets hebben van: ik heb geen zin meer in iemand die me niet snapt en gericht is op zijn eigen visie. Maar Sumona is anders dan dat [..] Ik denk dat als je je wel hiervoor openstelt, het je heel veel ondersteunt.’
Deze positieve ervaring staat niet op zichzelf, zo blijkt uit een onderzoek dat GGD Haaglanden deed naar Sumona in de gemeente Den Haag. Daarover later meer.
Eerst terug naar het begin. In 2008 startte de gemeente Den Haag met een voorloper van Sumona: het programma Suïcide Nazorg (SuNa), dat later ook in Wassenaar begon. Mensen die na een suïcidepoging terechtkwamen in het ziekenhuis, konden via dit programma ondersteuning krijgen. In Wassenaar konden vanaf de start ook huisartsen mensen aanmelden voor SuNa. In 2023 is de aanpak omgedoopt tot Sumona en verbreed: inmiddels kunnen ook mensen die kampen met suïcidale gedachten begeleiding krijgen. Den Haag, financier van het programma in de eigen gemeente, stelde in 2024 de vraag: wat is de meerwaarde ervan voor cliënten en doorverwijzende ketenpartners? In dat jaar overleden 98 personen in de regio Haaglanden door suïcide en waren bij Sumona honderden mensen aangemeld voor begeleiding. 1, 2 GGD Haaglanden ging op onderzoek uit. 2 Eerder was al een onderzoek uitgevoerd naar voorloper SuNa in Wassenaar. 3
Het onderzoek naar de Sumona-aanpak in Den Haag, uitgevoerd door GGD Haaglanden
Het onderzoek beantwoordt 2 vragen: (1) wat is de meerwaarde van de aanpak voor cliënten en verwijzers, en (2) wat zijn de succes- en verbeterpunten? De onderzoekers interviewden 19 cliënten, 8 verwijzers (van HagaZiekenhuis, het Haaglanden Medisch Centrum (HMC) en de Haagse crisisdienst) en 5 Sumona-casemanagers. Van de crisisdienst vulden 6 zorgprofessionals vragenlijsten in. De onderzoekers analyseerden ook geanonimiseerde registratiedata van 599 (ex-)cliënten. Ze focusten op de periode mei 2023 tot en met oktober 2024.
Huisartsen zijn in dit onderzoek niet bevraagd, want zij hadden nog te weinig doorverwezen naar Sumona en ze hadden eerder al meegewerkt aan onderzoek naar suïcidepreventie. 3, 4 Verder wilden de onderzoekers zeker weten dat de cliënten psychisch in staat waren mee te werken. Daarom namen ze voor de interviews geen steekproef uit het cliëntenbestand, maar vroegen de casemanagers van Sumona een diverse groep cliënten of zij wilden meedoen. Mogelijk heeft dit de uitkomsten beïnvloed. Wel kwam er een eenduidig beeld uit de interviews en de vragenlijsten: positieve ervaringen sprongen eruit.

Onderzoeksrapport
Het gehele onderzoeksrapport is hier online beschikbaar.
Conclusie van het onderzoek: zeer positieve ervaringen door laagdrempelige, domeinoverstijgende en flexibele aanpak
Cliënten en betrokken zorgprofessionals zijn erg positief over Sumona, dat is de belangrijkste conclusie van het onderzoek. Veel cliënten zeggen dat ze dankzij de gesprekken met de Sumona-casemanagers weer perspectief kregen en beter kunnen omgaan met somberheid. Ze hebben bovendien iemand op wie ze kunnen rekenen als het niet goed gaat. Zorgprofessionals vinden het geruststellend dat er een vangnet is voor de patiënten [*] die ze hebben gezien. Ze hebben vertrouwen in de Sumona-casemanagers.
Waar zijn deze ervaringen op gebaseerd? Respondenten zeggen dat Sumona anders werkt dan andere hulpverlening. Belangrijk is dat de casemanager het initiatief neemt om contact te leggen met de cliënt, al binnen 5 dagen na aanmelding. Vervolgens kan een traject vaak direct starten en is er nauwelijks een wachtlijst. Professionals denken dat deze ‘outreachende’ werkwijze de drempel verlaagt om hulp te aanvaarden. Ook belangrijk is dat de cliënten het gevoel hebben dat de casemanager ‘naast ze gaat staan’, als een gelijkwaardige gesprekspartner. De casemanager biedt een luisterend oor en vraagt wat er nodig is om problemen aan te pakken. Er is ondersteuning voor mentale, maar ook voor andere problemen, zoals huisvesting, schulden of praktische gevolgen van verbroken relaties. De cliënt bepaalt de inhoud van de gesprekken. Verder zijn de frequentie, duur en locatie van de gesprekken flexibel. Sumona gaat dus een stapje verder dan andere (zorg)hulp.
Leidt dit alles tot minder suïcides of recidieven? Helaas konden de onderzoekers deze vraag niet beantwoorden met de beschikbare data. Het lijkt er wel op dat zeer weinig Sumona-cliënten een nieuwe suïcidepoging deden; het is althans van slechts een enkeling bekend.
De stappen in de Sumona-aanpak in Den Haag
- Verwijzers met wie afspraken zijn gemaakt, melden patiënten (met hun toestemming) aan bij Sumona.
- De Sumona-casemanager neemt binnen 5 werkdagen contact op met de cliënt en voert 1 of 2 oriënterende gesprekken.
- Een van de volgende vormen van begeleiding start (en vaak een combinatie daarvan):
- Monitoring: een jaar lang regelmatig (telefonisch) contact als extra vangnet en om te volgen hoe het gaat met de cliënt;
- Suïcidepreventie: gesprekken die als doel hebben de cliënt te leren omgaan met suïcidaliteit;
- ‘Casemanagement’: bredere gesprekken over verschillende onderwerpen naast het bespreken van suïcidaliteit. Naar aanleiding daarvan kan Sumona, als het nodig is, de cliënt toeleiden naar passende zorg (bijvoorbeeld in de ggz) of andere vormen van hulp (bijvoorbeeld in het sociale domein). De casemanager biedt ook praktische ondersteuning. 5
De casemanager
De casemanager is de schakel tussen de cliënt, behandelaar en eventuele andere hulpverleners. Hij of zij is zelf geen behandelaar. Naasten kunnen ook worden betrokken en ondersteund.
In Den Haag begeleidt een casemanager gemiddeld 10 weken een cliënt, maar de verschillen tussen cliënten zijn groot. Ongeveer 50 procent krijgt meer dan 16 weken begeleiding, met een maximum van 64 weken. Het team van 6 casemanagers bestaat uit sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen, maatschappelijk en sociaal werkers/jeugdwerkers en een praktijkondersteuner ggz. Ze zijn werkzaam bij Indigo Preventie Haaglanden.
Hoge waarderingen voor de aanpak
De Sumona-casemanagers krijgen van de cliënten gemiddeld het rapportcijfer 9.1 en van de verwijzers een 8.3. Allemaal vinden ze de casemanagers deskundig, bevlogen en goed bereikbaar.
Veel cliënten voelen zich tijdens de gesprekken gezien en veilig, en hebben het gevoel dat ze alles kunnen bespreken, ook een doodswens. Een casemanager zegt dat ze vaak van cliënten hoort dat die bij andere hulpverleners een open gesprek over suïcidaliteit missen. Een cliënt verwoordt het als volgt: ‘Juist omdat er iemand was die daar niet op reageerde, van – als ik zei, ik wil dood – dat je niet iemand tegenover je had die dacht: ze wil dood, we moeten nu alle crisishulp inschakelen en er moet nu wat gebeuren. […] Dat gesprek wat je dan hebt met haar over dood willen gaan en zijn, […] dat haalt de lading er al af.’
Dat dit gesprek snel kan plaatsvinden, geeft zorgprofessionals die patiënten met suïcidaal gedrag doorverwijzen, een gerust gevoel. Dat waarderen ze. Als de professionals verwijzen naar de ggz weten ze niet hoe snel iemand daar terechtkan en wie dat regelt. Van Sumona is bekend dat er snel iemand contact opneemt en de aanmelding is eenvoudig. De zorgprofessionals hebben ook waardering voor de trainingen (over omgang met suïcide) die de Sumona-casemanagers geven en voor de ‘vraagbaakfunctie’ die het programma vervult. Wel vinden de professionals dat Sumona meer bekendheid kan krijgen.
Om hoeveel mensen gaat het?
Ten tijde van het onderzoek (mei 2023 tot en met oktober 2024) kregen 374 aangemelde cliënten begeleiding van Sumona, 78 procent van het totaal aantal aangemelde personen. 22 procent was al goed ‘in zorg’, had toch geen interesse of behoorde niet tot de doelgroep (ze woonden bijvoorbeeld niet in Den Haag of kampten met een ernstige psychiatrische aandoening). De meerderheid van de cliënten die ondersteuning kregen, doorliep een casemanagementtraject (69 procent, namelijk 257 van de 374 aangemelde personen). De overige 31 procent kreeg een andere vorm van ondersteuning (zie kader ‘Stappen in de Sumona-aanpak’). 2
In 2024 overleden in de regio Haaglanden 98 personen door suïcide (ruim 5 procent van het totaal aantal zelfdodingen in Nederland). In Den Haag ging het dat jaar om minder mensen dan in de voorgaande jaren: 44 (in de jaren daarvoor waren het er meer dan 60). Naar schatting deden in Haaglanden dat jaar 1.960 personen een suïcidepoging, in Den Haag 880. Van de volwassenen in de regio rapporteerde 11 procent suïcidale gedachten, net als in Den Haag (ook 11 procent). 1, 6, 7 Opvallend is dat uit landelijke cijfers blijkt dat 60 procent van de mensen die overlijden door zelfdoding, niet in beeld was bij de geestelijke gezondheidszorg. 7
Laagdrempelige ondersteuning aangeboden op het juiste moment
Het moment waarop de Sumona-casemanager contact legt, is volgens de geïnterviewden van groot belang. Een professional zegt: ‘Als je patiënten gelijk belt [...] zijn ze nog een beetje in crisis, dus dan willen ze wel wat.’ Als de casemanager niet direct een reactie krijgt op het telefoontje, dan blijft hij of zij het proberen, als het moet wekenlang. Het helpt dat er, als het contact is gelegd, slechts een korte wachttijd is voor de gesprekken.
Maar hoe leg je op een spoedeisende hulp aan een patiënt uit wat Sumona voor ze kan doen? Áls professionals en cliënten een punt van kritiek moeten noemen, is het dit. Ze vinden dat de sterke punten van de aanpak beter uit de verf kunnen komen.
Relatie met casemanager wordt wezenlijk anders ervaren dan met andere hulpverleners
De cliënten ervaren de gesprekken met de casemanager als gelijkwaardig en meer op maat dan bij andere hulpverleners. Een cliënt voelde zich voor het eerst begrepen omdat ze niet ‘werd toegesproken alsof ze een kind was.’ De casemanager neemt volgens de cliënten een open houding aan en denkt mee over de te bespreken onderwerpen. De gesprekken kunnen overal over gaan, ook over hobby’s en praktische dingen. Een cliënt zegt: ‘Bij Sumona kom ik om […] te sparren eigenlijk, van wat kan ik doen om het voor mijzelf beter te maken?’
Wat hierin een rol speelt, is dat de casemanager geen behandeldoel heeft. De cliënt hoeft geen diagnostiek of medicatie te accepteren. Het elektronisch patiëntendossier komt er ook niet aan te pas. ‘Ik vind het fijn dat ik gewoon niets weet […]’, zegt een casemanager. ‘Kom jij maar kijken hoe veilig het hier voor jou is, en wat je kwijt wilt en wat niet.’
Sumona staat aan de kant van het leven
Het enige vaste gespreksonderwerp is suïcidaliteit – juist het thema waarvan geïnterviewden aangeven dat het elders moeilijk bespreekbaar is. De casemanager geeft ook uitleg over hoe het werkt bij gedachten rondom zelfdoding: die komen en gaan. Een euthanasietraject is bespreekbaar, maar als iemand zo’n traject in wil, is een verwijzing naar andere hulpverleners noodzakelijk. Sumona staat aan de kant van het leven.
Voor veel mensen is deze ondersteuning heel belangrijk tijdens het wachten op andere vormen van hulp, omdat het in deze periode heel donker kan worden. De casemanager is dan een stabiele, goed bereikbare factor.
Domeinoverstijgende en flexibele aanpak
De gesprekken kunnen dus overal over gaan. De casemanager helpt om overzicht te creëren in mentale en praktische problemen. Hij of zij kan mee naar een gesprek met een mentor op school, een stagebegeleider, een leidinggevende, een bedrijfsarts, een behandelaar of een vertegenwoordiger van een instantie. De casemanager geeft ook adviezen over zelfzorg, dagstructuur en de voorbereiding op verdere behandeling.
Ook de frequentie, duur en locatie van de gesprekken hangen samen met wat nodig is, al zit er wel een maximum aan de duur van de begeleiding: 64 weken (gemiddeld gaat het om 10 weken). Omdat Sumona geen productienormen of vaste regels heeft, kan de casemanager de eigen tijd indelen. Het is geen probleem als een gesprek uitloopt. Er gaan geen rekeningen naar de cliënten, ook niet bij een no-show. De casemanagers vinden dit een heel belangrijk aspect van Sumona. Contacten kunnen face-to-face plaatsvinden, bij een cliënt thuis, maar ook tijdens wandelingen in het park. De cliënt bepaalt of naasten worden betrokken.
Tot slot ervaren de cliënten het als heel waardevol dat ze altijd kunnen appen of bellen. Casemanagers werken niet in de avonden of in het weekend, maar reageren de eerstvolgende werkdag. Ook als de gesprekken zijn afgerond, blijft een cliënt welkom. Hoe dan ook houdt de casemanager na een intensief traject de vinger aan de pols door regelmatig te bellen.
Wat betekenen de onderzoeksuitkomsten voor de regio Haaglanden?
De GGD-onderzoekers gaven de gemeente Den Haag een aantal adviezen. De kern daarvan was: behoud Sumona in de bestaande, unieke vorm, zorg voor structurele financiering en meer bekendheid. Zoek ook de samenwerking met de omliggende gemeenten en zorg voor een niet-tijdrovende, maar wel meer uniforme registratie van cliëntgegevens.
Wat vond de gemeente Den Haag van het onderzoek toen het in 2025 werd gepubliceerd? ‘Fijn, we waren er blij mee!’, zegt Saskia Oostrom, programmamanager Mentale Gezondheid in Den Haag. ‘De ggz-problematiek is hier best groot en er wordt goed in het terugdringen hiervan geïnvesteerd. Dit onderzoek liet vanuit de inhoud en de cijfers zien dat we op de goede weg zitten. En dat vlak voor het ingaan van de nieuwe wet [per 1 januari 2026, red.].’
De gemeente heeft sindsdien veel tijd gestoken in uitbreiding van Sumona in de regio. Wassenaar was in 2021 al begonnen met de nazorgaanpak SuNa en werkt inmiddels met het bredere Sumona. Ook Zoetermeer, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg hebben een start gemaakt. Oostrom: ‘We proberen zo veel mogelijk gezamenlijk op te trekken. Zo kopen we gezamenlijk trainingen in voor betrokken zorgprofessionals en andere sleutelfiguren, om ze handvatten te geven voor de omgang met mensen die suïcidale gedachten hebben. Dat maakt ons flexibel, want we werven deelnemers uit meerdere gemeenten zodat we voldoende belangstelling hebben om trainingen door te laten gaan.’
Het mag niet zo zijn dat het, als je suïcidale gedachten hebt, afhankelijk is van je woonplaats of je hulp krijgt of niet
Een van de gemeenten die zich onlangs aansloot, is Zoetermeer. Valesca Kuling is daar als senior netwerkregisseur medeverantwoordelijk voor het gezondheidsbeleid. ‘Het mag niet zo zijn dat het, als je suïcidale gedachten hebt, afhankelijk is van je woonplaats of je hulp krijgt of niet. Wij wilden iets bieden dat aansluit op het regionale netwerk en de collega’s in Den Haag waren enthousiast over Sumona.’ Zoetermeer richt zich allereerst op mensen die een suïcidepoging hebben gedaan, maar is bezig met een bredere preventieaanpak. Kuling: ‘Ik vond het Sumona-onderzoek interessant en verhelderend. Tegelijkertijd roepen de opgetekende ervaringen vragen op. Hoe verhoudt deze aanpak zich bijvoorbeeld tot andere vormen van hulp?’
Ook Oostrom heeft vanuit Den Haag vervolgvragen. ‘De onderzoekers signaleerden al dat de casemanagers hun cliënten heel divers registreren. Daar zijn we druk mee bezig, om de dataregistratie te verbeteren. We willen er meer uithalen, bijvoorbeeld wat precies helpt om suïcidale gedachten tegen te gaan.’ Den Haag en Zoetermeer zijn ook bezig met andere preventiemaatregelen. Denk aan de lokalisering en aanpassing van fysieke plekken waar vaker suïcidepogingen worden gedaan.
Steeds meer gemeenten die werken met Sumona en interesse tonen
Ook buiten Haaglanden werken gemeenten met Sumona, zoals Voorschoten, Rotterdam-Rijnmond en Zaanstreek en Waterland. Steeds meer gemeenten tonen er belangstelling voor. Voorbeelden zijn Vught, Gooi en Vechtstreek en (in de regio Haaglanden) Delft en Westland. De door Stichting 113 Zelfmoordpreventie aanbevolen netwerkbrede, regionale samenwerking staat daarbij in Haaglanden hoog op de agenda.
Wet integrale suïcidepreventie van kracht sinds 1 januari 2026
Dagelijks overlijden in Nederland gemiddeld 5 of 6 mensen door suïcide. Het totaal aantal suïcidepogingen wordt geschat op minimaal 40.000 per jaar. De mentale gezondheid van Nederlanders staat onder toenemende druk, mede door hoge maatschappelijke verwachtingen en zorgen over bijvoorbeeld klimaatverandering en geopolitieke ontwikkelingen. 7
De sinds 1 januari 2026 van kracht zijnde Wet integrale suïcidepreventie verplicht de rijksoverheid een samenhangend landelijk beleid te maken. Ook gemeenten moeten lokaal beleid ontwikkelen om signalen van suïcide in een vroeg stadium te herkennen en zelfdoding te voorkomen. Dat doen ze door een netwerk te vormen met ervaringsdeskundigen, naasten en professionals in de zorg, het onderwijs, het sociaal domein, werkgevers en sportverenigingen. Gemeenten kunnen met de netwerken campagnes opzetten, trainingen voor sleutelfiguren organiseren, de doelgroep in kaart brengen en onderzoek doen. Er is jaarlijks 10 miljoen euro voor beschikbaar.
Stichting 113 kan helpen met de plannen. 8 Het EAAD-model (van de European Alliance Against Depression) is een bewezen effectief, integraal interventie-instrument dat 113 aanbeveelt voor gemeenten. Een bouwsteen ervan is het trainen van sleutelfiguren (‘gatekeepers’) als huisartsen, ggz-medewerkers, leraren, jongerenwerkers, geestelijk verzorgers en politieagenten. Ook een onderdeel is het bevorderen van gemeenschapsprojecten voor betere mentale gezondheid. Andere bouwstenen zijn: het publiek informeren en mensen met suïcidale gedachten actief benaderen en ondersteunen. Onderdelen van de Sumona-aanpak komen overeen met bouwstenen uit het EAAD-model, zoals de actieve benadering en ondersteuning van cliënten, de domeinoverstijgende aanpak en de training van sleutelfiguren.
Dankwoord
Met dank aan Angelique van Ravesteijn, Sumona-casemanager, Indigo Preventie Haaglanden.

Over de auteurs
Drs. W. Francissen, zelfstandig tekstschrijver en begeleider onderzoeks- en adviesrapporten;
Drs. R.M. van der Meer, epidemiologisch onderzoeker, afdeling Epidemiologie & Beleidsadvies, GGD Haaglanden;
V.C. de Ridder-Hagenaars, MSc, epidemiologisch onderzoeker, afdeling Epidemiologie & Beleidsadvies, GGD Haaglanden;
A. van der Windt, MSc, werkte tot en met december 2025 als epidemiologisch onderzoeker op de afdeling Epidemiologie en Beleidsadvies bij GGD Haaglanden;
N. Karamali, MSc, epidemiologisch onderzoeker, afdeling Epidemiologie & Beleidsadvies, GGD Haaglanden.
Referenties
- VNG, GGD GHOR Nederland en 113. Publicaties Psychische gezondheid. Kerncijfers en trends in suïcidaliteit. Regiobeeld 2025 [Online]. 2025 (Bezocht op 9 jul 2026); Hier online beschikbaar.
- Van der Windt A, De Ridder-Hagenaars V, Karamali N, Van der Meer R. De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag. Wat is de meerwaarde van Sumona? [Online]. 2025 (Bezocht op 9 jul 2026); Hier online beschikbaar.
- Van der Meer R, Karamali N, Francissen W, Pen S, Uitewaal P. De aanpak van suïcidepreventie in Wassenaar. Wat heeft de pilot ‘SuNa’ opgeleverd? [Online]. 2023 (Bezocht op 9 jul 2026); Hier online beschikbaar.
- Van der Meer R, Schop-Etman A, Grim D, Uitewaal P. Huisartsen en suïcidepreventie. Epidemiologisch Bulletin 2022, 4 (56): 4-10. Hier online beschikbaar.
- Sumona. Suïcidepreventieprogramma [Online]. Bezocht op 30 jun 2026; Hier online beschikbaar.
- Centraal Bureau voor de Statistiek. Overledenen; belangrijke doodsoorzaken (korte lijst), regio [Online]. 2026 (Bezocht op 9 jul 2026); Hier online beschikbaar.
- Rijksoverheid. Landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028 – Samen werken aan gezondheid [Online]. 2025 (Bezocht op 9 jul 2026); Hier online beschikbaar.
- Stichting 113. Ik werk aan lokale suïcidepreventie [Online]. Bezocht op 30 jun 2026; Hier online beschikbaar.
De term ‘patiënt’ is gangbaar in het ziekenhuis en bij de crisisdienst, bij Sumona spreekt men over ‘cliënt’.